LISSABON
1-10-2004
Van Nazare varen we op zaterdag 25 september met een tussenstop in Peniche naar Cascais, een alleraardigst plaatsje ten westen van Lissabon. We zijn van plan hier een dag of 2 te blijven en dan door te varen naar Lissabon. In Cascais kunnen we ankeren en in Lissabon niet, daar liggen we in een haven, voor 28 euro per nacht, vandaar de keuze. En eigenlijk is de baai helemaal zo gek nog niet. Met een boot of 30 liggen we geankerd en Cascais is een gezellige uitvalsbasis voor Lissabon. We reizen met een soort bovengrondse metro in een half uurtje naar de stad. Uiteindelijk blijven we de hele week in Cascais liggen. We rommelen wat aan, bezoeken in 2 dagen Lissabon en op vrijdag 1 oktober komt papa Vogel na een snelle vliegactie een weekje met ons meevaren.
Als ik hem ’s avonds van het vliegveld haal weet ik precies wanneer hij door de gate komt als ik de Albert Cuyp aan me voorbij zie trekken. Eenmaal bij de ankerplaats aankomen waait het stevig en is er dus wat golfslag in de baai. Pa ziet de bui al hangen en denkt met bijboot al schipbreuk te lijden, maar dan kent hij onze stevige dinghy nog niet. Al hobbelend varen we in het donker naar de boot.
Zaterdag nog een dagje Lissabon en zondag met z’n drieën de bus naar Sintra, via een mooie route langs de kust. Sintra zelf valt een beetje tegen, TE toeristisch. Omdat we maar 2,5 uur de tijd hebben racen we een beetje door het plaatsje heen, wat overigens wel een bijzondere Moorse burcht in de bergen heeft.
Maandag varen we door naar Sesimbra en de zeilen kunnen zowaar gehesen worden. Het is een mooie dag maar we weten het wel zo te plannen dat we weer in het donker aankomen. De dag erna is het een nationale feestdag en heel Sesimbra is op de been. 6 mijl naar het oosten is een mooie baai (men zegt de mooiste van Portugal) en we verkassen hier naartoe. Een goeie oefening want voor de baai ligt een flinke zandbank dus we varen met de dieptemeter aan en op zicht naar binnen. We zijn de enige zeilboot voor anker en voelen ons rijk! ’s Nachts wordt ook meteen duidelijk waarom wij de enige zeilboot zijn, vette valwinden vanuit de bergen houden ons uit onze nachtrust. Gelukkig houdt het anker zonder problemen. De volgende dag door naar Sines, onder luid sonargepiep van dolfijnen. Het zijn meteen ook de grootste die we tot dan aan toe om de boot hebben gehad. Een meter of 3. Voor onze opstapper ook een memorabel moment als je enige herinnnering aan een dolfijn het dolfinarium in Harderwijk was.
In Sines aangekomen in prachtig kalm weer en we ankeren voor het Vasco da Gamastrand aan het oude centrum. De volgende dag meldt Harry van de Joshua via de marifoon dat er een serieuze storm aan zou komen. Moeilijk voor te stellen als je in bijna windstil weer op glad water ligt. Voor de zekerheid toch de haven nabij ingedoken en ’s nachts barst het geweld los.
In dit geval is de wind nog niet zo erg maar de haven is geheel open in de zuidwest richting en dat is precies de richting waarvan de wind maar dus ook de golven vandaan komen. De deining rolt precies de haven in en alle boten liggen te klotsen!
Er ligt een spinneweb aan meerlijnen om de boot op z’n plek te houden. Deze meerlijnen kraken en piepen door de rek die erin zit op de plekken waar ze aan boord komen dus je begrijpt dat we slecht slapen door de herrie.