BARBADOS
15-1-2005
28 december – 12 januari
We zijn uiteindelijk tot aan vertrek naar Tobago
gebleven in Carlisle bay bij Bridgetown. De enige
andere plek waar je toestemming hebt om, naast
wat daytime-ankerplekken, met je bootje te liggen
is in Port St. Charles, zo’n 20 mijl naar het
noorden. Er is in PSC geen mogelijkheid te
ankeren en de haven is meer ingericht op jachten
van 200 voet i.p.v. ons 40 ‘voetertje’. We blijven
de rest van de tijd dan ook lekker liggen.
Voor ons voelt het toch wel als een mijlpaal om
die enorme plas te zijn overgezeild. Nu zijn we
echt ver weg!
Alhoewel, we liggen hier in de baai met zo’n 10
NL boten en nieuwjaar werd een nederlands
strandfeestje met zelfgemaakte hapjes en te veel
rumpunch, een erg lekker maar dodelijk Caribisch
drankje.
De baai waarin we liggen in niet echt ydilisch –
erg luidruchtige kroegen beuken ’s nachts tegen
elkaar in. We slapen bijna overal doorheen hoor
maar het was niet zo van te voren bedacht.
Het eiland barst van de resorts, heeft daardoor
een redelijke levensstandaard maar is niet echt
wat je je voorstelt bij een tropisch eiland. Wel zijn
de meeste mensen ontzettend relaxt. Het tempo
is langzaam dus iedereen heeft tijd voor een
praatje. Als je op een kruispunt stilstaat met je
huurauto wordt er vanachter getoetert, niet om je
de vinger te geven maar om je vervolgens even
de weg te wijzen. No problem man!
Het water in de baai is echt ongelofelijk lekker.
We dobberen in een aquarium. De zandbodem
onder de boot maakt de kleur van het water licht
turquoise en met 5 meter diep zien we de vissen
en af en toe een schildpad over de bodem
zwemmen.
Een paar honderd meter achter ons ligt een
kunstmatig rif waar we heerlijk kunnen snorkelen.
Hier liggen een aantal wrakken, al dan wel of niet
gepland. Je moet wel ff timen wanneer je gaat
want er komen geregeld flinke catamarans liggen,
met grote groepen hoofdzakelijk (erg witte)
Engelsen aan boord . Op zo’n moment is het
water vergeven van spartelende mensen die
met zwemvestjes aan als opblaaspoppen op het
water dobberen. Maar het is de moeite waard.
De vis is duidelijk gewend aan bezoekers en
zwemt voor-naast-onder en boven je. We
snorkelen naar een volgend wrak en het visclubje
zwemt gezellig met ons mee.
Met de bemanning van een aantal boten hebben
we op een dag de bus gepakt naar Alleynes Bay.
Hier kun je zwemmen met de Green Turtles. Na
wat onderhandelen mogen we met z’n dertienen
mee in een taxibusje berekend voor 10. De
achterblijvende taxichauffeur vind het maar niets
dat zijn collega de regels breekt. Als we worden
afgezet is het nog een stukje lopen naar de juiste
plek en installeren we ons op het strand. Je krijgt
het niet voor niets, het is uiteindelijk een
behoorlijk eindje flipperen de zee op maar dan
doemt ineens uit het niets een reuzachtige
schildpad op omhoog! Al gauw zwemmen er
kleinere en grotere schildpadden om ons heen.
Erg indrukwekkend. Ik probeer me door er bij
eentje aan zijn schild te hangen door het water te
laten trekken. Het voelt zacht en glad aan.
Een paar van ons hebben brood mee en sommige
turtles eten van het brood maar er zijn er ook die
het met een vies gezicht weer uitspugen. Op een
moment had iemand er eentje aan zijn vingers
hangen. Au! Blijkbaar zijn ze toch iets minder
vriendelijk dan ze eruit zien.
Terug naar Bridgetown nemen we de bus, voor 1,5
BB dollar tuf je hiermee het eiland rond. Als we
ingestapt zijn trapt onze chauffeur, een kopie van
SNOOP-da-gangsta rapper, eens stevig op zijn
gaspedaal en met een enorme snelheid rijden we
de weg op, links en rechts auto’s inhalend. Dit
alles vergezeld van een Barbados housebeat uit
trillende speakers. Opeens minderen we vaart en
springt de chauffeur uit de bus de stuiken in. De
bijbehorende kaartjesknipper springt op de
chauffeursstoel en zet de bus met 1 wiel op de
weg, ondertussen luid spelend met zijn
grommende gaspedaal. Een van de locals uit de
bus weet ons te vertellen dat de chauffeur
gezocht wordt door de politie. En aan de overkant
staat een politiewagen. Okee.
We lachen er op dat moment om en denken dat
de kaartjesknipper de taak om te sturen dan op
zich neemt maar als na 10 minuten Snoop weer
aan boord komt rent bijna iedereen tegelijkertijd
naar de uitgang. Helaas, kaartjesknipper gooit de
deur dicht en Snoop trapt op zijn gaspedaal.
Hmmm, we vinden het geloof ik nu niet zo leuk
meer. Een aantal van ons laat dit onder luid
protest merken en ze minderen vaart maar willen
wel betaald voor de rit. Uiteindelijk ‘beloofd’
Snoop minder hard te rijden. We blijven met z’n
allen dan maar zitten in een van binnen
kanariegroen busje beplakt met stickers vol
verfdruipers en snelle autos en zijn
onverstaanbaar voor elkaar door de enorme beats
uit de speakers. Erg grappig is als hij ineens
bovenop zijn rem trapt, mijn gebit in de stoel voor
me hangt en we stilstaan voor een zebrapad
terwijl een oud oma-tje in bloemetjesjurk en
zonnehoedje oversteekt en er onderwijl “Slow
down, slow down, slow down” uit de beatradio
klinkt.
De volgende ochtend hangt Dennis van de Aeolus
aan de reling met de mededeling dat hij nog 2
plaatsen vrij heeft in zijn huurautotje en of we
mee willen om een dagje het eiland verder te
verkennen. Samen met hun en de Double You
rijden we de weg op in melige open autotjes. Het
binnenland lijkt met z’n glooiende heuvels en
heggetjes langs de weg wel een beetje op
Engeland. Ooit moet het hier hebben vol gestaan
met tropisch bos maar in de slaventijd is een
groot deel gekapt voor de verbouwing van suiker.
Via Harrison’s Cave, waar je te toeristisch alleen
met een electrisch treintje door stalagmieten,
stalactieten en onderwaterbassins een tour kan
doen, jammer maar niet voor ons, rijden we door
naar Welchman Hall Gully. We maken hier een
hike door een langwerpig en diep ravijn. Als we
aan komen rijden springt een prachtige aap met
een gele pluim aan zijn staart voor de auto uit de
struiken in. Een flyer vertelt ons over de
verschillende planten en vogels in dit mini
reservaatje. Hier zien we ook de ficus waar
Barbados zijn naam aan dankt. Los Barbados,
Portugees voor baard, refereert aan de wortels
van de boom die deze een enorme rastabaard
geven.
Na een lekker lunch bij een lokaal tentje gaan we
door naar Bathsheba aan de oostkant. Deze kant
van het eiland ziet er indrukwekkend uit met wilde
stranden en veel golfsurfers in zee.
We sluiten ons verblijf op Barbados af met regen,
regen en nog eens regen. Dit hadden we niet
helemaal verwacht. En weer krijgen we te horen
dat het weer niet normaal is voor de tijd van het
jaar.
Hmm, waar hebben we dat eerder gehoord...
***