TRINIDAD
15-2-2005
25 januari – 15 februari
Dinsdag 25 januari vertrekken we uit Store Bay, Tobago naar Trinidad. Het is zo’n 60 mijl varen en om 04.00 gaat de wekker want we willen er dit keer zeker van zijn in het licht aan te komen. Een half uurtje later gaat het anker op en varen we op de motor het baaitje uit. Om 07.00 wordt de fok uitgeboomd en gaat het grootzeil omhoog en zeilen we lekker met een ONO windje van 4-5 Bft.
Sleeplijntje uit en ja hoor, sinds tijden vangen we weer wat, een Mahimahi van 81 cm. We hopen niet onze huisvriend hiermee te hebben afgeschrikt. (Sinds Charlotteville, Tobago hebben we een loodsvis om de kiel. We noemen hem/haar Zuignapje. Een prachtig beest die normaal gesproken bij grote roofvissen als haaien, manta’s en baarsen zit en leeft van hun leftovers. Op zijn kop zit een enorme driehoekvormige zuignap waarmee hij zich vastzet, in dit geval aan onze romp. Als de kliekjes overboord gaan zien we hem tevoorschijn komen, hij houdt zelfs van ananas! Zelfs als we gewapend met flippers, snorkel en camera een kijkje bij hem gaan nemen komt ie nieuwschierig kijken.)
Via het SSB netje horen we van de Laga dat we toch echt eerst even in Scotland Bay moeten gaan liggen voor we doorvaren naar Chaguaramas. Zo gezegd zo gedaan en om kwart voor drie ’s middags liggen we achter ons anker in Scotland Bay. Op het log staat 50 mijl dus we hebben nog 10 mijl kado gehad. Een lekkere snelle overtocht. De aanvaart van Trinidad via de Boca del Monos is nog even spannend, we hebben moeite de ingang te onderscheiden van het land, de wind neemt toe en er staat een flinke stroming., We zitten uiteindelijk toch iets te dicht bij de kant en moeten naar het midden van het water. Het was wat makkelijker geweest als we in een ruimere bocht naar binnen waren gevaren. Gelukkig was op tijd de boom + fok eraf want in de Bocas komen we terecht in een lekker acceleratiezone-tje met wind van de andere kant en dwars op het schip.
Scotland Bay zelf is inderdaad prachtig. We liggen met een bootje of 6 geankerd, helaas wel met valwinden uit de omringende heuvels. Uit het oerwoud komen oergeluiden van heftig brullende apen en de roofvogels circelen om ons heen. Die nacht krijgen we binnen in de boot bezoek van een vleermuis die het heeft gemunt op onze bananenvoorraad. Het is een flinke jongen want hij/zij komt af en toe met de vleugels tegen de houten handgrepen (die een tussenruimte van 50 cm hebben). Voor de zekerheid toch maar even het tussendeurtje naar de voorpunt dicht. Straks worden we nog wakker met een paar kleine rode vlekjes in ons nek...
De volgende middag door naar Chaguaramas waar we de rest van de NL vloot voor anker ligt. Met de Laga en de Archibald toeren we een dagje over het noordelijke gedeelte van het eiland. 4 kinderen en 6 volwassenen scheuren in een geronseld maxitaxibusje over het eiland en een stukje door de rimboe.
Met de dinghy verkennen we Gaspar Grande, een klein eilandje tegenover de baai. Er zijn geen wegen op dit eiland en er staan alleen een paar prive-huizen. Boekjes mee en we leggen de dinghy aan een ankertje en liggen lekker wat te lezen.
We willen ook heel graag nog naar Chacachacare island, een voormalige lepra kolonie. Helaas hebben we hier geen tijd meer voor met ons volle programma op Trinidad.
Dinsdag 15 februari vertrekken we in de ochtend voor een aan de windse tocht van 140 mijl naar Bequia. Daar zitten al sinds zaterdag de 12e onze vrienden Frank en Irene, Martijn en Marianne met dochter Isa reikhalzend naar ons uit te kijken.