DE GRENADINES
10-3-2005
17 februari – 8 maart
Donderdagochtend 17 februari om 01.00 valt het anker in Admirality Bay, Bequia. Tot ieder frustratie heeft ons tochtje van Trinidad naar Bequia langer geduurd dan we gedacht hadden, we doen er iets van 38 uur over. Van ons aanvankelijke plan om ’s nachts, mocht er te weinig wind staan, even tijdelijk in Grendada te ankeren kwam niets terecht. Pas rond 03.00 uur kwamen de lichtjes van Grendada wat dichterbij. Dan maar door, maar we gaan niet motoren riepen we nog tegen elkaar! En zo dobberden we dus geheel uit koers de Caribische zee op. In de ochtend kon er weer gezeild worden, wij weer blij. Rond 13.00 uur waren we het helemaal zat een zeilboot te spelen en gaat de motor aan, we willen naar onze vrienden! Uitgedieseld vinden we aan het begin van de nacht een plekje aan de rand van de overige ankeraars en sikkeneuren op elkaar omdat we de mobiele telefoon nergens kunnen vinden, we willen op zijn minst toch even bellen naar onze crew. Geen mobiele, dan maar een whiskeytje in de kuip voor Mich en een koel bed voor Harm... en proberen we het de volgende dag opnieuw.
Ja hallo, met Martijn. Hee Martijn, de Green Saga has landed! Gejoel op de achtergrond en wat bleek, de hele club zit al in een taxibusje op weg naar Friendship bay, waar we in eerste instantie zouden ankeren. We spreken af bij Frangipani bar, een relaxte plek aan het water (de eigenaar is grappig genoeg de premier van St. Vincent).
Nadat wij de boel aan boord aan kant hebben scheuren we met de bijboot naar de dinghy steiger. Hier staan een clubje mensen uitbundig te zwaaien, uitgedost in witte Green Saga shirtjes en petjes. Duidelijk klaar om aan te monsteren als crew!
Het is helemaal raar om na 8 maanden ineens weer je NL vrienden om je heen te zien staan. (En voor hun waarschijnlijk om Harm weer te zien met een kapsel als een ontplofte afro.)
Wij gaan die middag hun optrekjes bekijken en vallen helemaal in t zwijm bij het zien van de idillische plek die ze hebben uitgekozen. Daar aangekomen worden we ook bedolven onder de kadootjes uit nederland meegenomen. 5 kg aan tijdschrift en krant, afwasborstel voor Mich en nog veel meer. Feest.
Ondanks het blauwe zwembad waar we al 8 maanden in liggen genieten we helemaal van het heerlijke zoetwater prive-zwembad wat bij de lodges hoort. Na een indrinkrondje in t bad verkassen we naar de boot voor een borrel en pasta-dineetje aan boord. Dit gaat erg goed want Frank valt niet in het water en niemand wordt zeeziek.
Dan is het alweer zaterdag en tijd om door te varen naar Carriacou, de volgende stop van de Caribbische tour. Nadat alle tassen aan boord zijn gehesen en we samen met de Eclipse nog een koffietje drinken gaat om half 11 het anker op en tuffen we de baai uit. Erg gezellig want de luchten kleuren donker, het is dan gaan regenen en er staat geen wind. Geen stoer zeiltochtje dus 30 mijl naar het zuiden maar we mogen weer motoren. Zou deze kwelgeest ooit nog ophoepelen...
Een aantal volwassenen hebben zich van te voren druk gemaakt over woeste baren en schepen op een oor maar dit blijkt allemaal mee te vallen. Helaas heeft kleine Isa wat minder geluk en moet al op 2 jarige leeftijd kennismaken met dat wat zeeziekte heet. Mama Marianne is druk in de weer met spuugdoekjes en -bakje maar kan gelukkig later op de dag wel weer lekker met Isa in een zonnetje op het dek zitten. Om 17.00 uur komen we aan in Hillsborough en zet Harm iedereen plus bagage met de dinghy weer aan de kant.
Hillsborough is een ruime baai waar je normaal gesproken goed kunt ankeren behalve in een flinke Noorderlijke deining waarbij je beter af bent in Tyrrel Bay. En, er staat een flinke Noorderlijke deining dus we zijn beter af in Tyrrel Bay. Alleen, het is te laat om nog hiernaartoe door te varen. Wij zijn het enige zeiljacht hier voor anker en ik kan niet wachten tot 06.30 als de zon opgaat en we door kunnen. Wat een onrust, de boot danst alle kanten op de rollers die de baai binnen lopen. Dat was een slechte nacht slapen!
Onze vrienden hebben het weer voor elkaar een nog grotere lodge te regelen en hebben na te zijn ‘ge-upgrade’ een soort Texaans Dallas-achtige villa toegewezen gekregen. Vanaf het terrras een prachtig uitzicht op de baai van Hillsborough. Helaas blijft de Noorderlijke deining doorlopen en blijft de Green Saga in Tyrrel Bay, wel jammer want het plaatje was natuurlijk compleet geweest als we voor hun huis hadden kunnen ankeren.
Nadat we Martijn, Marianne en Isa een week later hebben uitgezwaaid zeilen wij met Frank en Irene door naar Union Island. Zij zitten hier nog een week in een huisje aan het strand en wij liggen voor anker voor het Newlands rif bij Clifton. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de oceaan en zie je in de verte o.a. de Tobago Cays liggen. Iedereen gaat een beetje zijn gang en ’s avonds ontmoeten we elkaar voor een borrel en wat eten.
Tussendoor verkassen wij nog voor 2 nachten naar de Tobago Cays. Het valt ons mee hoeveel boten hier voor anker liggen. We hadden van anderen al gehoord dat het er verschrikkelijk druk is en de baai voor het mooie te vol was. We denken dat de harde wind die al een aantal dagen waait er misschien reden voor is dat het nu redelijk rustig is. Er ligt een bootje of 30.
De Tobago Cays is een nationaal park en zijn een groep van 3 onbewoonde eilandjes, beschermt voor de zee door een groot hoefijzervormig rif. Het water hier is kristalhelder en heeft een prachtig palet aan blauw, groen, turquoise en gouden kleuren. Aan de oceaankant kun je langs het rif goed snorkelen. We maken de dinghy vast aan een meerboei en laten ons op de stroom een stukje langs het rif voeren.
Dan varen we terug naar Union en hebben met z’n vieren die avond een schandalig ‘lobster’ afscheidsmaal. 11 pond lobster verdwijnt op de BBQ (2 kreeften) waar we ons helemaal tonnetje rond aan eten. Het is even slik als we de rekening krijgen, lobster gaat bij de pond, maar het mag de pret niet drukken, we genieten er optimaal van! Hier praten we over 3 jaar nog over!
De volgende dag, het is dan alweer vrijdag 4 maart, laden we de bagage weer aan boord en varen met z’n vieren naar Petit Martinique, een kleine 4 mijl naar het zuiden. Hier stappen Frank en Irene aan boord van de Osprey, een ferry die hun naar hun vliegtuig in Grenada zal brengen. We hebben nog even tijd voor een toast en om te zwemmen maar dan moeten we helaas alweer afscheid van elkaar nemen. We zwaaien ze na tot ze als klein stipje aan de horizon verdwijnen. In Petit Martinique kun je goed water tanken aan een dock en we vertrekken met een vers gevulde tank naar het tegenover gelegen Petit St. Vincent.
PSV is een prive eiland waar je je voor 900 US dollar per nacht kunt laten verwennen. Het eiland ziet er natuurlijk prachtig onderhouden uit. Ondanks dat het prive is ben je als ‘yachtie’ welkom, mits je de privacy borden opvolgt. We zijn nieuwschierig en drinken de volgende ochtend iets in de bar van het paviljoen en wanen ons heel even in de ‘ultimate retreat’ wat dit moet zijn.
In de middag laden we de snorkelspullen in de dinghy maar het rif bij dit eiland is jammergenoeg behoorlijk dood. We dinghy-en door naar Mopion en zijn even op een echt onbewoond eiland, niets meer dan een erg melig zandplaatje met een parasol.
Zondag gaan we nog voor 2 dagen terug naar de Tobago Cays om vervolgens met een mooie aan de windse tocht door te zeilen naar St. Vincent, het hoofdeiland van St. Vincent en de Grenadines.