OP STAP MET JAN EN RITA KAPTEIN
6-5-2005
Op woensdag 15 maart is het zo ver: Pa en Ma Kaptein landen in Martinique om een stukje mee te varen op de Green Saga.
Wij zijn een dag van te voren in Marin aangekomen,dit is een grote baai aan de zuidkant van Martinique en het eerste wat ons opvalt is dat het zo anders is dan de vorige eilanden die we bezocht hebben. Martinique is als Frankrijk in de tropen; welvarend, overvolle en megagrote supermarkten, weinig mensen spreken engels en alles wat je nodig mocht hebben kan je krijgen. Dat is even een verschil, hoewel we in het begin nog niet helemaal zeker zijn of we het ook leuk vinden.
De baai voor Marin ligt behoorlijk vol met ankeraars maar we vinden een plekje net voor de Miss die een paar uur eerder is aangekomen. Om ons heen een enorme boel Franse boten, waarschijnlijk blij dat ze hun moedertaal weer mogen spreken.
De volgende dag willen we naar het vliegveld om de ouders op te halen. Taxi’s zijn ontzettend duur maar het lijkt alsof het de enige mogelijkheid is daar te komen. Openbaar vervoer naar de luchthaven bestaat niet tenzij je bereid bent het laatste stuk te lopen. Gelukkig horen we dat een jachtservice de mogelijkheid biedt om tegen een kleine vergoeding met een van hun bedrijfswagens mensen van de luchthaven op te halen. Een beetje onwennig kruip ik achter het stuur omdat ik toch een paar maanden niet gereden heb. Onderweg rijden we door een landschap wat aandoet als de Provence; glooiende groenige heuvels, een auto die zoemt over de keurig aangelegde snelweg en om ons heen wijngaarden.
Eenmaal op het vliegveld aangekomen blijkt natuurlijk dat vliegtuig 2 uur vertraging te hebben dus we gaan eerst maar even boodschappen doen. Dat is een tijd geleden dat we zoveel Europese producten bij elkaar hebben gezien.
Als we weer aankomen op het vliegveld zien we plots de ouders al rondlopen met hun tassen.
De eerste twee dagen blijven we in Marin, bekijken het plaatsje en hebben een hoop bij te praten. Omdat we toch wel erg moeten wennen aan het geciviliseerde karakter van het eiland willen we wel door en besluiten we ook het reisschema wat aan te passen. Martinique geven we niet teveel tijd, dan door naar Isle de Saints omdat dat zo mooi schijnt te zijn en na een paar dagen weer terug naar het zuiden richting Dominica.
Tussen Marin en Petit Anse D’arlet vangen we sinds tijden weer eens een vis; een dikke tonijn van ca. 75 cm. Daar eten we weer lekker 2 dagen van. In een paar etappes doen we zo met rustig weer de kust van Martinique die niet veel indruk maakt op ons.
De dag dat we naar Dominica varen richting Isle de Saints staat er een aardige wind, kracht 4 a 5 en met een redelijke deining. Op een vorig zeiltochtje bleek Pa toch wel een beetje gevoelig voor de bewegingen van het schip en voor de zekerheid worden de zeeziekte pillen geslikt. Gelukkig blijft alles goed gaan en komen we aan het einde van de dag aan in Prince Rupert bay, in het noorden van Dominica. We kiezen een plek voor een eenzaam strandje uit en verbazen ons een beetje dat alle andere boten bij elkaar liggen op een kluitje aan de andere kant van de baai. Diezelfde avond horen we van een boatboy de reden; Een insluiper had een aantal dagen geleden twee boten beroofd van hun geld terwijl ze aan boord lagen te slapen. De rover, genaamd de cat burglar, smeert zich in met olie zodat je hem niet te pakken kan krijgen mocht je hem toch horen. Een dag voordat we aankwamen hadden we hetzelfde verhaal al in de pilot gelezen en gedacht dat het wel een heel bizar verhaal was. We besluiten toch te blijven liggen maar barricaderen de hele boel. Het wordt een beetje een onrustig nachtje en ’s nachts worden we een keer opgeschrokken doordat het stuk losliggend ankerketting plots van de ankerroller zakt. Ik storm naar buiten met een dikke lamp maar zie niets. Later horen we dat de engerd vaak langs de ankerketting op de boot klimt .....
De volgende dag varen we door naar Ille de Saints. In de baai waait het flink. Eenmaal tussen de eilanden vandaan blijkt het een stevige windkracht 7 te zijn en met dubbelgereefd grootzeil en kotter hebben we een snelle maar natte overtocht. Ook op deze etappe gelukkig niemand zeeziek en komen we vroeg in de middag aan op de Saints.
Gadegeslagen door onze Tsjechische buurman doen we 4 keer een ankerpoging voordat we liggen.
De Saints zijn een aantal kleine bergachtige eilandjes bijelkaar net onder Guadeloupe. Doordat er veel tourisme van Guadeloupe komt is het er niet erg autentiek meer. Helaas hadden we er ook wat meer van verwacht.
Een paar dagen later varen we weer terug naar Dominica waar we in de buurt van de hoofdstad Rouseau een hotelletje aan de waterkant vinden waar m’n ouders een kamer nemen. Wij kunnen voor anker voor het hotel en met een achterlijn aan de klapperboom en een extra zijanker liggen we als een huis.