DOMINICA
7-5-2005
Onze eerst week in Dominica blijven we liggen bij het guesthouse waar Jan en Rita verblijven en verkennen van hieruit het eiland.
We huren een auto en rijden naar de Trafalgar falls. Dit zijn een warm- en koudwaterval, 2 massieve muren van water die met veel vertoon naar beneden denderen, gelegen in de buurt van de Morne Trois Pitons een berg van 1380 meter hoog, erg hoog als je bedenkt dat dit in ene van zeeniveau naar boven loopt. Tijdens het zeilen aan de lijkust van Dominica ondervonden we ook al zijn invloed in de vorm van flinke acceleratiezones.
Toen we op weg gingen hadden we gekeken of er geen cruiseship aan het dock lag want dan kun je de Trafalgar falls i.v.m. de enorme toevoer van mensen beter vermijden. Na een spannende rit de bergen in, het is een kunst om al linksrijdend met het stuur aan de rechterkant niet de greppel naast je (een halve meter diep) in te rijden. De lokalen houden er hier een eigen rijstijl op na. Als ze je zien naderen wijken ze af naar het midden van de weg, geven nog een extra dot gas om je zo aan de kant en dus de greppel in te dwingen. Onze vierwiel-drive heeft speling in het stuur wat een extra dimensie aan het geheel toevoegt.
Maar goed, alles gaat goed, we passen het trucje bij hun ook toe en sturen onze laatste bocht in voordat we op plaats van bestemming zijn. Dan hard op de rem. Voor ons ontwaart zich een file tot aan de parkeerplaats waar iedereen zijn best doet elkaar in de weg te rijden. Blijkt er dus nog een dock te zijn in Rousseau wat wij over het hoofd gezien hebben. We houden het hier voor gezien en gaan
door naar de volgende bezienswaardigheid.
Via Rouseau rijden naar de Spanny waterval, onbekender en dus onbeminder hopen we maar. Na een plezierige hike komen we aan bij de eerste van de 2. Even verderop zien we een touw hangen waarmee je bijna na wat verticaal klimwerk verder kunt naar de 2e waterval. Het is wel uitkijken want het heeft geregend en alles is nat en glibberig. Ook deze stelt niet teleur en het immense regenwoud om je heen, waar hier en daar de zon doorheen dringt, geeft mij op deze plek een haast bovennatuurlijk gevoel.
In de lokale discotheek eten we wat snackjes als gedroogde vis en kippepootjes, onderwijl gezelschap gehouden door moeder kat met haar 2 kittens.
Dan nemen we de weg die het westen van het eiland met de oostkant verbind en rijden we richting het noordoosten. Hier begint het Carib territory, een gebied waar de laatste 3000 Carib Indianen wonen, een van de 2 eerste volkeren die de oorspronkelijke bewoners zijn van het Caribisch gebied. De weg hierdoor is prachtig en slingert door de 3 dorpen heen. Onderweg veel mensen op straat en we besluiten een stukje te lopen. Met gemengde gevoelens want het voelt wel een beetje als aapjes kijken.
De huizen zijn afwijkend van wat we tot nu toe hebben gezien en worden goed onderhouden, i.t.t. wat je normaal ziet op veel Caribische eilanden.
Via de Castle Bruce river rijden we terug richting Rouseau en na een lange bumpy ride ontvouwd iedereen zich zichtbaar opgelucht tegen zonsondergang uit de auto.
De volgende ochtend gaat het zuidwaarts richting Scotts Head, een vissersdorpje omringd door beschermd marine-park. Het hoofd van Scott zelf is 75 meter hoog vanwaar je eenmaal bovenop een prachtig uitzicht over een deel van Dominica hebt.
Als wij er zijn regent het behoorlijk en het dorpje zelf lijkt uitgestorven. We rijden door naar de Sulphur Springs. De mooi aangelegde entree van het park mond uit in een bospad vanwaar je naar de Sulphur springs kunt.
Op 5 verschillende lokaties kan je lopen door een wat bar terrein met vulkanische verschijnselen. Op weg ernaartoe hoef je eigenlijk alleen maar de lucht van rotte eieren te volgen om er te komen. Vervolgens stap je op een wat felgelig uitgeslagen heuvel waar de hitte uitslaat met aan de flank interessant borrelende gassen. Langs een beek stroomt bergwater naar beneden en halverwege is een bassin gemaakt waar je in kunt liggen. Via een overloop stroomt het water verder in een beek naar beneden. Wat een prachtig natuurlijke sauna middenin het tropisch regenwoud!
Na de lunch besluiten we nog een keer naar de Trafalgar falls te rijden. Omdat we aan het einde van de middag zijn hopen we op wat minder mensen. We zijn de laatsten die nog naar boven gaan. Gewaarschuwd door een man met een bloedende hoofdwond lopen we op onze hoede naar boven. Via een voetpad komen we bij de uiteindelijke stroom water naar beneden maar om echt beloond te worden moet er nog een stukje over flinke rotsblokken geklommen worden voordat je aan de voet van de waterval kan staan. Een paar lokale tieners halen ons in en vragen of we een jointje voor ze hebben. 2 Jongens bereiken uiteindelijk de immense straal en staan hier luid schreeuwend onder. Het ziet er indrukwekkend uit. Wij willen ook wel maar alles is zo glad en glibberig en we besluiten, mede door tijdgebrek, om om te keren.
Jan en Rita vertrekken dan zaterdag weer met de ferry naar Martinique en wij besluiten de volgende dag door te varen naar Prince Rupert Bay in het noorden. Hier willen we nog een paar dagen blijven voordat we doorvaren naar Antigua.
Dit keer ankeren we bij de overige ankeraars in het noorden van de baai. Hier lig je lekker beschut aan de voet van de heuvels.
We besluiten met Albert, een van de boatboys en officiele gids van het gebied, een tour op de Indian River te doen. We vertrekken aan het einde van de middag als de zon al wat lager staat. Aan het begin van de rivier gaat de buitenboordmotor van zijn houten boot omhoog en roeit hij ons de rivier op.
Aan de oever zien we af en toe een flinke krab lopen en veel vogels en vlinders. De rivier is prachtig, een moerasachtig gebied met de ‘bloodwood tree’ een moerasboom die met z’n enorme tenen in het water staat. Op twee plekken zien we een in aanbouw zijnde filmset voor ‘Pirates of the Caribbean’ deel 2 die we elders op het eiland ook tegenkomen. Harm weet Albert te overtuigen van zijn roeikwaliteiten en roeit een deel van het stuk terug maar dit valt nog niet mee met van die zware houten riemen, het verklaart wel de prachtige spierbundels van Albert.
De volgende dag snorkelen we in Toucari bay, een sfeervol baaitje bij het dorpje Toucari. De baai is onderdeel van een marinepark en het is niet toegestaan hier met je eigen dinghy in te varen. We zwemmen dan samen met Joost en Gaby van de Gangmaker vanaf de kant langs het rif nadat een lokaal taxibusje ons heeft afgezet.
Jammer dat we verder moeten. Wij vinden Dominica zeer de moeite waard; ongerept en niet-Westers. De natuur is indrukwekkend en de mensen, als je de tijd voor ze neemt en ondanks de verhalen, vriendelijk.