ONDERWEG NAAR ANTIGUA
8-5-2005
Vanuit de prachtige prince Rupert Bay in het noorden van Dominica vertrekken we donderdagmiddag 7 april voor een rechtstreekse tocht van 90 mijl naar Antigua. We willen de laatste maand die we nog in de Carieb kunnen zijn doorbrengen op Antigua (deels vanwege de Antigua classic race) en het iets noorderlijker gelegen Barbuda.
Met 1 rif in het grootzeil lopen we halve wind rond de 8 knopen, wat gaat het weer lekker! De gedane suggestie om via de Atlantische kant langs Guadeloupe te varen vergeten we snel als blijkt dat we dan zo een heel stuk tegen wind moeten. We gokken op een rustig nachtje langs de westkust van Guadeloupe om zo de volgende ochtend de laatste 40 mijl naar Antigua te kunnen doen om daar rond de middag aan te komen.
Tegen zonsondergang zitten we aan de zuidpunt van het Guadeloupe, 5 mijl uit de kust. Er rollen nog een paar laatste flinke vlagen van de naastgelegen bergflanken maar dan gaat het windknopje toch echt op uit. Tussen de 1 en 3 knopen dobberen we onder het avondeten naar het Noorden. Dan hoor ik ineens wat gesnuif naast de boot maar besteed er in eerste instantie geen aandacht aan. Omdat de deining met veel herrie onder ons door blijft lopen lijkt het geluid ook op een omkrullende golf. Maar dan komt het geluid na een paar minuten van alle kanten. Opgewonden roep ik Harm naar boven en denk dat we walvissen om de boot hebben. Geen walvissen maar een grote groep dolfijnen blijken te spelen om de boeg. Lichtgevend plankton dwarrelt als sterrenstof om hun heen en vol emotie hang ik over de preekstoel om hier niets van te missen. Het is bijzonder omdat ze geheel in het lage tempo van de boot ruim twintig minuten met ons meezwemmen. Ze reageren op onze geluiden met hun hoog-frequentie gepiep en draaien zich soms op hun rug of slaan met hun staart op het water.
Even later komt een coaster ons precies achteroplopen. In eerste instantie reageert hij niet op onze lichtseinen maar dan uiteindelijk nadat we met ons miljoen kaarsjeslicht (zeer sterke lamp) langdurig op de brug van het schip schijnen krijgen we een lichtsein terug en verandert hij z’n koers om vrij te blijven.
Ons idee om gedurende de nacht langs Guadeloupe te zeilen laat ik rond middernacht gaan. 3 uur lang ben ik dan al in de weer met fokken die bak gaan staan, vlagen die uit het niets komen tot aan absolute windstilte en het ziet er naar uit dat dit zo de rest van de nacht doorgaat. Gewekt door de motor komt Harm slaperig aan dek en varen we op de radar naar de ankerbaai bij Pigeon island, een natuurreservaatje waar je volgens de boekjes prachtig kan duiken. De volgende ochtend laten we Jaques Cousteau’s national park voor wat het is en varen alleen op de 2 fokken en gaan met 6 knopen door naar Deshaies, de Noorderlijkste baai van de westkust. Hier worden we verwelkomd door een lekker brullende wind die zo van het land recht de baai in blaast. Niet echt relaxed maar we hebben geen zin om nog door naar Antigua te varen en onder het mom van morgen is weer een dag gaan we maar eens opzoek naar een kapper voor Harm. Zijn laatste coupe dateert van vorig jaar in La Coruña om precies te zijn, 8 maanden geleden. Tussen het zetten van dreadjes bij de lokale bevolking door wordt Harm even vakkundig van zijn blonde mat afgeholpen en nadat we met iedereen in de kapperszaak nog in de buitenlucht door speciale brilletjes naar de zonne-eclipse hebben gekeken gaan wij weer bootwaarts.
Als we terugpeddelen zien we dat de Miss inmiddels ook in de baai geankerd ligt en ons voorgenomen vertrek naar Antigua wordt door een beetje drankmisbruik wat uitgesteld.