VAN ANGUILLA NAAR DE AZOREN
17-6-2005
Anguilla, W.I. – Horta, Azoren
22 mei – 9 juni 2005
van 18.12N - 63.05W naar 38.31N - 28.37W
Na eindeloze klus-sessies aan de motorsteunen & alle neveneffecten vandien verruilen we Sint Maarten voor Anguilla voor een laatste Caribisch gevoel. Even nog een paar dagen met de beentjes in het warme azuurblauwe water, een laatste zonsondergang met een Caribe-je in Johnno’s bar, turen naar de Green Flash, die nooit komt...
Dan is het toch echt zo ver. Zondag 22 mei gaan we anker op voor zo’n geschatte slordige 2400 mijl naar de Azoren. Het weer is gunstig, wel veel lage-druk gebieden maar die zitten allemaal een stuk hoger, zo rond 35 NB en hoger, daar hebben we later pas mee van doen en dus zien we dan wel weer. Om 12.00 ’s middags varen we Road Bay uit en met een lekker bakstag windje zit de koers meteen op de rumb-line (de kortste afstand naar het doel) en met een xtra uitgeboomde fok lopen we lekker met 6 knopen.
Er is weer een pierebad aan drinkwater aan boord gezeuld, de dieseltank is tot de nok toe afgevuld, nog even met de lege vaten in de taxi een rit naar de Shell pomp voor een refill en met 530 liter diesel moeten we toch een end kunnen komen. Onderweg terug weet ik nog 24 ongekoelde eieren te scoren (een unicum, zo’n beetje alles ligt diep gekoeld in de schappen en dat vinden we helemaal niet leuk want veel rot zo onder je handen weg zodra het in je tropisch getemperatuurde bootje komt). De eerste eieren verdwijnen in een stevige courgette/broccoli geiten quiche en we hebben weer voor een paar dagen taartpunten voorhanden.
Al een paar dagen proberen we ons tevergeefs aan te melden bij Herb, de Canadese weergoeroe/Pelleboer. Het zenden blijft erg lastig en er zijn meerdere boten die er niet doorheen komen door slechte propagatie. Maakt uiteindelijk niet zo veel uit want vroeg of laat vind je wel een bootje bij je in de buurt die wel gerouteerd wordt en kun je die informatie alsnog toetsen aan je eigen waarnemingen en (via SSB-zender gekoppeld aan laptop) binnengehaalde weerkaarten. Iedere avond hebben we ook contact met Roland van de Miss X die met zijn Grib-files (weerkaart met windvectoren wat m.b.v. e-mail binnengehaald kan worden) een xtra bron van informatie is.
En dan is het gewoon mijlen maken.
Voor ons ligt die grote zuchtende vijver van water, wat voelen we ons nietig. Deze keer geen opstappers aan boord en we zijn er des te meer bewust van hoe kwetsbaar we (kunnen) zijn. Het is toch wel een end. En feit blijft dat we door die rumb-line te blijven varen het normaal gesettelde Bermuda/Azoren hoog door zullen moeten, een gebied met een windvariatie van lichte tot absoluut nul wind. Omdat dit systeem er al een tijdje niet ligt gokken we erop dat dit nog even zo blijft.
Vooralsnog gaan de eerste dagen voorspoedig met daggemiddelden van rond de 120 mijl en een koers recht op het doel. Onze wachten hebben we verdeeld over 3 uur op 3 uur af dus de dag draait rondom dit systeem. Naast slapen en wachtlopen doen we eigenlijk weinig anders. We lezen wat, luisteren wat naar de diskman, staren een beetje over het water, proberen wat te vissen, eten en koken en besteden de rest van de tijd aan de boot en de trim. Daarnaast gaat er veel tijd zitten in het verkrijgen van een weerbericht. Tussen 2000 en 2100 uur luisteren we naar Herb die dan net bezig is met de boten in onze buurt. Daarnaast worden er op verschillende tijden via de radio gecodeerde weerkaarten uitgezonden. Per kaart ben je zo’n 15 minuten bezig en we haalden rond de 5 kaarten per dag binnen. Totaal zijn we dus zo’n 2,5 uur per dag bezig met weerberichten.
Met een aantal boten die in dezelfde periode overzeilen hebben we weer een netje afgesproken op de SSB zender. Lekker even lullen over het weer en andere belangrijke zaken. Zo rijgen de dagen aan elkaar en door de regelmaat in de dagindeling wordt het Weer de enige factor wat een onderscheid brengt. Het bepaalt daardoor ook erg de stemming aan boord. Schieten we lekker op met goeie wind en schijnt de zon, is de dag zo voorbij. Als het regenachtig wordt en we worden door de golven heen en weer gegooid worden we zelf ook wat minder vrolijk.
Dat we met z’n tweeen wat kwetsbaarder zijn merken we als we ’s nachts een trog overkrijgen met onweer en bliksem, plotseling sterk toenemende wind die ook weer even plotseling wegvalt om vervolgens met de volle kracht van compleet de andere kant te komen. We zijn er een groot deel van de nacht mee bezig en zijn overdag uitgeput en moeten echt bijslapen. Gelukkig gebeurt dit niet te vaak.
Na 10 dagen en 1160 mijl varen zijn we halverwege. Van de Miss hebben we een halfwegverrassingspakketje gekregen wat we eindelijk open mogen maken. Champi, een noodreparatiesetje en een cd met nederlandse muziek om de stemming er in te brengen voor de volgende helft.
De tweede helft van de trip hebben we veel meer wind door lagedruk gebieden die in de buurt komen en schieten we erg goed op. Wel is de temperatuur aanzienlijk afgenomen en hebben we het vooral snachts ronduit koud. Bibberend loop ik weer naar binnen om terug te keren met wollen muts, thermischondergoed en driedubbel in de jasjes. Zelfs weer binnen blijft het koud. Of is het bloed na 5 maanden Carieb al zo doorgewarmd dat we koukleumende mietjes geworden zijn...
En dan is het bijna zover. We weten dat we in de buurt moeten zitten maar buiten is het lekker grijs weer met af en toe een regenbui. Het is al donker en geinstalleerd met verrekijker op de opbouw ontwaar ik eindelijk een gelig gloedje aan de horizon, land in zicht! We ronden de Monta da Guia en varen het laatste stukje op de motor langs de pier van Horta. Het is dan 2 uur in de nacht. Het stadje is prachtig verlicht en een mengsel van aarde en dennegeur komt ons tegemoed. Eenmaal binnen varen we zachtjes tussen de geankerde boten door en vinden hier een prima plekje. 18 dagen en 12 uur later ratelt de ankerketting naar beneden. We trekken het flesje champagne open, doen een toast en kruipen eens diep onder de dekens.
Nog heel even, voor de statistieken:
totaal afgelegde afstand: 2472 mijl = 4580 km, dit is inclusief 121 mijl stroom tegen,
we hebben 91 uur gemotord en ca. 220 liter diesel verstookt.
De maximale windsterkte was ca. 40 kts (windkracht 8), minimale windkracht: 0
Maximale bootsnelheid op het log; 11 kts (Absoluut record, blijkbaar surfen zware langkielers ook als de golven maar hoog genoeg zijn)
Grootste dagafstand 170 mijl (=315 km), kleinste dagafstand: 98 mijl (= 182 km),
aan passerende drijvende voorwerpen telden we 1 gigantische schildpad, honderden en nog eens honderden Portugese oorlogsschepen (dit is een purperkleurig kwalletje met een met lucht gevuld half circelvormig blaasje boven het water wat als zeiltje dient), een groep dolfijnen, op drift geraakte boeien, 1 boomstam, 1 zeiljacht op ramkoers (hoe is het mogelijk in die grote oneindigheid) en verrassend veel schepen van de grote vaart.