VAN DINGLE NAAR...
6-8-2005
Over 6 dagen in Dingle met Fungie de dolfijn, Beatrice de Francaise, Dingle Oceanworld en een Belgische buurman. Over wachten op beter weer en de grootste uithoek van West Europa. Over 1 bus per week of met de bus naar Tralee. Over mystieke baaien en een verschrikkelijk saaie rivier. Over voor anker voor Great Blasket island en zwemmen met een dolfijn. Over sounds en toch ook nog een MOOIE zeildag. Over besloten te hebbben om te draaien en naar huis te gaan. Over de Ieren en weer genoeg ingredienten voor een logboekverslagje;
Het levendige dorpje Dingle ligt in de Dingle peninsula, County Kerry, de bovenste van de 4 tenen aan Ierland’s zuidwestvoet.
Om ons heen glooiende bergen en genoeg baaien om in te verdwalen. Hier ligt ook de op een na hoogste berg van Ierland, de Mount Brandon, die zo de oceaan in loopt.
In de haven varen de toeristenbootjes af en aan om de grote stroom toeristen te verwerken die in de zomer op Dingle af komen. Het is erg druk in het dorp en er staat bijna iedere dag wel een file in de hoofdstraat. Maar dit gaat redelijk langs je heen in de rustige kleine marina waarin we liggen aangemeerd.
Een stukje naast ons ligt een Belg die de hele zomer hard aan het klussen is aan zijn Ierse project, een houten motorkotter.
Het schiet nog niet erg op vertelt hij ons, ook in Ierland houden ze er de manana manana cultuur op na. Dit merken we ook als een paar dagen te laat onze nieuwe voorgloeibougies voor de motor verschijnen.
Tegenover de haven ligt een oceaan aquarium waarin o.a. verschillende soorten van de lokale vissen in grote tanks hun rondjes zwemmen. Naast de onderwatertunnel en een paar zenuwachtige rifhaaien valt het geheel ons een beetje tegen.
We besluiten de bus te pakken naar Tralee, een stukje meer landinwaarts. Een leuk stadje en we vermaken ons een ochtend in de lokale boekhandel. De halve winkel bestaat uit tijdschriften en met een kilo of wat komen we weer naar buiten. HEERlijk!
We installeren ons in Baily’s corner, een populaire pub, voor tijdschrift & lunch. Ouderwetse obers brengen lekker eten.
Onze dag kan niet meer stuk. Of toch wel... Kiezen tussen cultuur of een kult uur... Toch maar het laatste, we zijn al zo lang niet naar de film geweest. In de enige bioscoop van County Kerry draait “War of the worlds”, een remake van een klassieker, met Tom Cruise.
Jah, weten wij veel....
Dan is het alweer zondag en we willen maandag verder.
Omdat lokaal transport er niet altijd is en we 120 euro voor het huren van een auto veel te duur vinden lopen we in de middag langs de lokale weg naar het westen. Niet iedereen begrijpt het internationale teken maar dan stopt er aarzelend een splinternieuwe Volvo station met Ierse sheepdog in de achterbak. Het is Beatrice en naar haar mening zien we er fris genoeg uit (veel backpackers stinken volgens haar) en dus gaan we met haar mee. Druk gebarend zet zij met franse tongval uiteen wat we zoal kunnen verwachten van Ierland. Ze is 10 jaar geleden uit Frankrijk naar Dingle verkast en heeft in haar eentje een agentschap voor beroepsvissers opgezet. Voor haar klanten regelt ze alles, van de afzet van de gevangen vis tot bevoorrading van de schepen en hulp bij calamiteiten. Een adresboek vol nautische contacten. Maar vandaag is het niet zo druk. Eigenlijk het afgelopen half jaar is het niet zo druk. En dus worden wij nadat we langs een paar vrienden zijn geweest de hele middag rondgereden naar alle bezienswaardige plekjes in de omgeving van Dingle! Hond Charlie vind ons ook wel gezellig. Hij is alleen gek genoeg niet helemaal gewend op steigers te lopen. Plat als een dubbeltje tijgert hij naar de Green Saga.
We drinken een fles wijn leeg en voor we het weten zit Mich in bad in het huis van Beatrice en eten we bij haar drie gangen met wilde eend zo uit Frankrijk. Wat een feest!
Dan wordt het tijd om verder te gaan. We slepen weer een voorraadje eten aan boord en gaan voor anker in Ventry bay, een paar mijl verderop. Onderweg roepen we Fungie maar hij laat zich niet zien. Fungie is een internationale celebrity. Je kan met hem zwemmen en hij wil nog wel eens over je boot springen. De op zich zelf zijnde huisdolfijn van Dingle zit al sinds 1984 in de baai en trekt jaarlijks duizenden bezoekers.
We moeten nu een beetje mijlen gaan maken richting het Noorden. Eigenlijk willen we in 1 keer naar Galway varen, iets van 110 mijl en de wind waait, alleen uit het NO en dat wordt dus lekker opkruisen. He-le-maal geen zin in. We halen Smerwick harbour, om de hoek. Ankertje uit en dan maar in dagtochtjes naar boven. Voorlopig blijft de wind ook zo staan. En dit is het begin van wat het einde van onze reis inluidt.
De volgende 4 dagen liggen we verwaaid en verregend in de gehuchten Kilbaha en Carrigaholt, is Mich voor het eerst weer zeeziek nadat Harm aan de wind met windkracht 6 door wil zetten naar het Noorden, moet Mich bijna aan de Prozac en schelden we elkaar lekker de huid vol. Gezellig hoor! Het enige lichtpuntje aan de horizon is de school enorme bottlenose-dolfijnen die met ons meezwemt de rivier de Shannon op. Voor de rest is er helemaal niets: 3 huizen, een kale koe en uiteraard, een pub. De enige bus die we kunnen nemen naar daar waar het misschien aangenamer is gaat een keer per week, op vrijdagochtend, om 08.00.
Het duurt 4 hele dagen en nachten om Harm te overtuigen om te draaien en via de Ierse Zuidkust terug te varen.
De doorslaggevende argumenten zijn uiteindelijk; de weersvooruitzichten, de temperatuur, de regen, het zicht op de bodem van de schatkist en de bijna fatale ziekte van de digitale camera. Soms zit het mee en soms zit het tegen.
Dan wordt het weer zondag en er breekt zowaar wat zon door.
We willen in 1 keer naar Baltimore, 110 mijl naar het zuiden.
Aan het einde van de middag varen we door de Blasket Sound, een doorgang tussen Great Blasket island en de Dingle peninsula.
In rustig weer kun je ankeren voor Great Blasket island. Er zijn nog 2 andere boten voor anker en we besluiten erbij te gaan liggen.
De setting is prachtig. Ondergaande zon en voor ons speelt een jongetje in zijn kano met een dolfijn. Dan gaan we toch morgenochtend in 1 keer door...
Vlak voor de zon definitief in het water verdwijnt vertrekken de andere 2 boten en hebben we de baai en de dolfijn voor ons alleen.
Great Blasket is sinds 1950 niet meer bewoond en alleen in de zomer zitten er een paar schaapsherders en mag je er vrij kamperen. Een bol tentje op de heuvel wordt verlicht door een kampvuurtje. De dolfijn (niet Fungie) vermaakt zichzelf met sprongen in het water. Zelfs als we ’s nachts even wakker zijn voor een ankerwacht zie ik hem zwemmen door het fosfor en Harm betrapt hem als een jojo heen en weer zwemmend onder de Green Saga. Dan gaan de volgende ochtend de surfpakken aan (het water is 15 graden schatten we) voor een rondje zwemmen met deze handtamme dolfijn. We peddelen in de dinghy naar zijn favoriete plekje, een gele meerboei, en maken deze hier aan vast. Ik lig als eerste in het water en schreeuw het uit van de kou; zelfs met pak aan. Je moet er wel wat voor over hebben!
Harm houdt het welgeteld 1 minuut uit want krijgt door de kou zijn adem niet onder controle. Het lukt gelukkig om onder water wat foto’s van hem te maken en het is erg bijzonder om nu eens op ooghoogte met dit prachtige en speelse beest te zijn. Hij is nieuwschierig en blijft om me heen zwemmen maar houdt wel afstand, helaas kan ik hem niet aanraken.
Via een nachtje Portmagee, met schitterend zeilweer door de Dursey sound (met 4 knopen stroom mee door een kanaaltje dat, door een onderwaterrots in het midden, maar 90 meter breed is) en een nachtje Crookhaven (het Horta van Ierland) liggen we nu voor anker in mooi Baltimore Harbour. Van hieruit zullen we verder gaan naar Nederland maar eerst wachten we nog even de aangekondigde zuidwester storm af, de derde sinds onze aankomst 2 weken geleden...